Lijn- en koolzaad in grasrijk rantsoen verlagen methaanemissie van melkvee

08-02-2026 BALK – Door dagelijks 400 gram plantaardig vet in de vorm van geëxtrudeerd lijnzaad of lijnzaad gecombineerd met koolzaad aan hun koeien te voeren, kunnen melkveehouders met grasrijke rantsoenen hun klimaatimpact met 5 tot 11% verlagen, zonder verlies aan melkproductie. Dat blijkt uit het onderzoek.

Er werd onderzoek gedaan naar haalbare oplossingen voor melkveehouders om de methaanemissie op hun bedrijf te verlagen. Daarbij keek ze ook naar maatregelen die voor biologische melkveehouders toestaan zijn. Een maatregel die standhoudt in combinatie met meer gras én in de praktijk haalbaar is, zonder verlies aan melkproductie, blijkt het toedienen van plantaardig vet.

Door het toedienen van 400 gram ruw vet per dag uit geëxtrudeerd lijnzaad is het mogelijk om de methaanemissie met 5% te verminderen, ongeacht het aandeel graskuil in het rantsoen en zonder dat het een nadelig effect heeft op de melkproductie. Om kosten te drukken, kan 44% procent van het lijnzaad vervangen worden door koolzaad. Deze combinatie levert zelfs een verlaging van de emissie met 11%, ongeacht het aandeel gras in het rantsoen en zonder dat het impact heeft op de melkproductie.

Meer vet in het rantsoen betekent in de praktijk minder fermenteerbaar voer, waardoor er in de pens minder methaan gevormd wordt. Bijkomend voordeel voor melkveehouders is dat deze maatregel geïntegreerd kan worden in een gebalanceerd rantsoen, er zijn geen extra toevoegingen nodig zoals bij een additief. Ook werd er vastgesteld dat graslandkruiden en vlinderbloemigen in de kuil geen nadelig effect hebben op de methaanemissie.

In de zoektocht naar voederstrategieën die voor biologische melkveehouders haalbaar zijn, werd er ook onderzoek gedaan naar een reeks wilde planten. In het laboratorium testte ze 45 planten, struiken en bomen die grazende koeien kunnen tegenkomen. Daarvan bleken er 27 een matig tot sterk reducerend effect op de methaanemissie te hebben, zelfs wanneer dat effect gecorrigeerd werd voor de lagere verteerbaarheid. Jonge twijgen van de tamme kastanje tonen het meeste potentieel, met maar liefst 94% methaanreductie in het laboratorium.